
Bilan gebruikt het geografische informatiesysteem (gis) ArcGIS 9.2 voor het aanmaken van kaarten op basis van ruimtelijke gegevens. Deze gegevens worden geordend in tabellen (bijvoorbeeld x- en y-coördinaten, grondwaterspiegels, NAP-hoogtes, etc.). Een gis maakt het mogelijk om gegevens toe te voegen en de kaart dus permanent te onderhouden. Een digitale kaart is geen statisch product: wanneer de onderliggende gegevens worden gewijzigd, verandert ook het kaartbeeld.
Kaarten brengen complexe gegevens in beeld. Het uitvoerproduct van een geografisch informatiesysteem is een nauwkeurige, cartografisch verantwoorde digitale of analoge kaart die de gegevens en hun ruimtelijke interacties weergeeft, zoals spreidingspatronen of concentraties van de brongegevens. De precisie van de kaart is afhankelijk van de precisie waarmee de brongegevens zijn ingemeten.
Een geografisch informatiesysteem maakt het mogelijk om verschillende kaartlagen (zoals straten, percelen, huizen en saneringslocaties) over elkaar heen te projecteren, waardoor patronen gevisualiseerd worden. De lagen kunnen ‘aan’ of ‘uitgezet’ worden. Zo geeft het combineren van bestemmingsplangegevens met een archeologische waardenkaart inzicht in de meerkosten van de ruimtelijke ontwikkeling wanneer archeologische waarden in het geding zijn. Wanneer diezelfde gegevens gecombineerd worden met saneringslocaties ontstaat inzicht in de lokale meerkosten van sanering voorafgaand aan de ruimtelijke ontwikkeling.
Digitale (en analoge) giskaarten kunnen dienen als beleidsinstrumenten. De kaart stelt de gebruiker in staat om het uit lagen opgebouwde kaartbeeld te interpreteren en beleidsgevolgen te voorspellen, een visie op beleid te formuleren of bij te stellen.